Gepubliceerd op 30 oktober 2026
Dit artikel gaat over zes cliënten. Hun namen en enkele herkenbare details zijn veranderd; de kern van hun verhaal niet. Alle zes zijn ze in Nederland geboren en getogen. Geen van hen wilde haar Nederlanderschap kwijt, en geen van hen deed iets wat niet mocht. Toch ging het bij alle zes mis. Soms door de wet zelf, die automatisch en zonder waarschuwing werkt. Soms door de mensen die hen de weg hadden moeten wijzen. Bij nationaliteitenkwesties denken we in Nederland vaak aan immigranten die Nederlander willen worden of zijn geworden. Maar het zijn ook vaak de Nederlanders zelf die getroffen worden. Het merendeel van mijn cliënten zijn Nederlanders, of voormalige Nederlanders.
Formeel noemt men die mensen in de regelgeving oud-Nederlander, maar oud zijn ze vaak niet. Alle leeftijden worden getroffen, van in Nederland geboren peuters tot ouderen met pensioen. Een betere term is dan ook ‘voormalig Nederlander’.
Sarah: verlies Nederlanderschap in Nederland
Sarah heeft een Australische vader, maar woonde haar hele leven in Nederland. Als volwassene wordt de band met haar vader voor haar steeds belangrijker. Van mensen om haar heen hoort ze dat ze een Australisch paspoort kan krijgen. Dat maakt een droomreis, een avontuur in Australië, een stuk makkelijker. Via haar vader voelt ze zich verbonden met het land, en ze gaat ervoor.
De Australische autoriteiten laten weten dat ze een paspoort kan krijgen, maar dat ze zich eerst als Australiër moet laten registreren. Sarah begrijpt dat zoals het er voor haar staat: ze laat registreren wat ze al sinds haar geboorte is, via haar vader. Een administratieve handeling.
Helaas is dat een veelvoorkomend misverstand. Sarah was niet sinds haar geboorte Australisch, en de registratie bevestigt niet iets wat er al was. Het is geen naturalisatieverzoek, maar ook geen administratieve erkenning van een bestaande nationaliteit. Het is een handeling waarmee ze de Australische nationaliteit vrijwillig verkrijgt. En de Nederlandse wet bepaalt dan dat ze automatisch en direct haar Nederlandse nationaliteit kwijt is. Daar komt geen ambtenaar, rechter of procedure aan te pas; de wet werkt automatisch en direct.
Sarah heeft dat in eerste instantie niet in de gaten. De overheid evenmin. Zo leeft ze een korte tijd in de veronderstelling dat ze beide nationaliteiten heeft. Tot een vriend vraagt of dat geen probleem is: hij had gehoord dat je je Nederlanderschap kunt verliezen als je een ander paspoort krijgt. Sarah zoekt advies, en de ambtenaren van haar gemeente geven haar tegenstrijdige informatie. Zo komt ze bij mij terecht, en ik moet haar het nieuws brengen: ze is geen Nederlander meer.
Het paspoort zelf is daarbij niet het probleem. Een paspoort is een reisdocument, een papiertje om mee te reizen. Dat hangt samen met nationaliteit, maar het is niet hetzelfde. Nationaliteit is een status: je hebt die, of, zoals Sarah, je hebt die niet meer. Zonder dat ze het doorhad, is ze een vreemdeling in eigen land geworden. Ze mag al een tijd niet meer werken, en ook niet meer in Nederland verblijven. Ze is erg bezorgd, verdrietig en angstig. Wat nu?
We leggen haar een aantal oplossingen voor. Met een beetje geluk ziet de IND de situatie zoals die is en doet ze niet al te moeilijk. We vragen voor haar een verblijfsvergunning aan als voormalig Nederlander, in Nederland geboren en getogen. Daarmee mag ze hier blijven wonen en werken. Na een jaar kan ze via een van de vele opties haar nationaliteit terugkrijgen. Gelukkig krijgt ze haar verblijfsvergunning snel en zonder problemen. Volgend jaar is ze weer Nederlander, en van Nederland mag ze daarbij haar Australische nationaliteit behouden. Het jaar als vreemdeling in eigen land brengt in de praktijk wel wat (bureaucratische) uitdagingen met zich mee. Maar het komt goed.
Anita: ‘de facto’ is geen huwelijk
Anita is ook in Nederland geboren en getogen. Als jongvolwassene gaat ze op avontuur naar Nieuw-Zeeland en vindt daar de liefde. Ze schrijft zich uit in Nederland en woont samen met haar Nieuw-Zeelandse partner in het land van de kiwi’s. Daar wordt hun relatie voor belastingen, immigratie en allerlei andere overheidszaken gelijkgesteld aan een huwelijk. Bij haar verblijfsvergunning krijgt ze ook de bevestiging dat haar ‘de facto relationship’ is geaccepteerd.
Ook in Nederland krijgen samenwonenden veel van dezelfde rechten als gehuwden, en dus ziet Anita haar status als gelijk aan een huwelijk. Ze informeert bij de Nederlandse overheid en krijgt te horen dat een in het buitenland erkend partnerschap gelijkstaat aan een huwelijk. Voor haar is dat groen licht om de Nieuw-Zeelandse nationaliteit aan te vragen. Ze valt immers onder een uitzondering en blijft dus Nederlander, denkt ze.
De informatie die ze kreeg was op zich bijna correct, maar ging niet over haar. De ambtenaren verzuimden uit te leggen dat een ‘de facto’-status geen erkend geregistreerd partnerschap is. Anita was wel van plan te trouwen, maar wilde wachten tot haar familie naar Nieuw-Zeeland kon komen. Zo werd ze kiwi en verloor ze op hetzelfde moment, automatisch, haar Nederlanderschap. Onbewust en onbedoeld. Het huwelijk een paar maanden later maakt daar geen verschil meer in.
Pas later hoort ze via via dat ‘de facto’ misschien niet telt. Ze neemt contact met mij op en krijgt het nieuws te horen. Ze is erg overstuur en verdrietig: ze heeft haar nationaliteit nooit willen kwijtraken. Haar ouders worden ouder, en het plan was al om voor hen te gaan zorgen.
We stellen dezelfde verblijfsvergunning voor als bij Sarah. Anita wil de aanvraag zelf doen. Ze is nu, op jonge leeftijd, plotseling oud-Nederlander, en ze verwacht dat haar recht op die verblijfsvergunning duidelijk en sterk is. Sterk is het ook, omdat ze in Nederland geboren en getogen is. Maar later komt ze terug: haar aanvraag is afgewezen, omdat ze volgens de IND nog Nederlander is. In de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) staat ze nog als Nederlander, en de beslismedewerker van de IND neemt dat over. De wet zelf wordt daarbij genegeerd. Dat verraste ook mij.
Anita is inmiddels al onderweg naar Nederland en neemt opnieuw contact op. We hebben een oplossing, maar zijn nu sterk afhankelijk van de IND. Het komt goed, maar de baan in Nederland kan ze nog niet beginnen. Volgens deze IND-medewerker zou dat wel kunnen: de IND stelt zwart op wit dat ze Nederlander is, en een Nederlander mag te allen tijde terugkeren en in Nederland werken. Sterke rechten op papier dus, maar een verrassende onduidelijkheid van de kant van de IND, die toch beter had moeten weten. De IND, op de fout gewezen, wil dit niet zomaar erkennen en stuurt Anita in de richting van een bezwaar dat lang, heel lang, kan duren. Ondertussen worden haar gezinsleven en werk hierdoor verstoord.
Barbara: Italiaans zonder het te weten, en een onbekende Klok
Barbara is ook in Nederland geboren en getogen, als dochter van een Nederlandse moeder en een Italiaanse vader. Haar vader overlijdt jong; Barbara is dan zes jaar. Een traumatische periode. In Nederland staat ze altijd als Nederlander geregistreerd, en aan de Italiaanse nationaliteit wordt niet gedacht.
Als volwassene verhuist Barbara naar Canada. Ze blijft daar wonen en werken. Tijdens covid is de ambassade vaak gesloten en traag met het vernieuwen van haar paspoort. Zonder dat ze het wist, verloor Barbara haar Nederlanderschap: door een nationaliteit waarvan ze niet wist dat ze die had, en door een Klok waar ze nooit van had gehoord.
Barbara neemt contact op. We raden haar aan eerst een Italiaans paspoort aan te vragen, zodat ze in elk geval kan reizen. Maar ook de Italianen maken het met de papierwinkel niet makkelijk, en ze zijn nog trager dan Nederland. Uiteindelijk komt het er op neer dat Barbara als Nederlandssprekende Italiaanse, met haar rechten als EU-burger, makkelijker naar Nederland kan reizen en in Nederland kan wonen dan als voormalig Nederlander.
Louise: de uitzondering die niet voor altijd beschermt
Louise is ook in Nederland geboren en getogen. In Nieuw-Zeeland ontmoet ze een kiwi. Ze trouwen, ze wordt Nieuw-Zeelandse en mag vanwege haar huwelijk bij uitzondering haar Nederlanderschap houden.
Dan krijgt Louise kanker, en financieel zit het tegen. Het stel besluit na de behandeling in Duitsland te gaan werken: betere banen, en dichter bij de familie in Nederland, die ze door de grote afstand erg missen. Door de ziekte kan ze niet reizen, de ambassade is ver weg, en haar paspoort wordt niet op tijd vernieuwd. Ze staat er niet echt bij stil; reizen was pas later het plan. Eerder had ze de ambassade nog gebeld met de vraag of een late aanvraag kon. Dat kon, werd haar gezegd. Geen waarschuwing over een 10-Jaren Klok.
Ze geneest, ze vinden goede banen in Duitsland, maar haar paspoortaanvraag wordt afgewezen. Ze heeft haar Nederlanderschap verloren door een Klok waar ze nooit van had gehoord. Bij de afwijzing smeekt ze om hulp en vraagt hoe ze haar Nederlanderschap terug kan krijgen. Dat kan niet, krijgt ze te horen, tenzij ze terugverhuist naar Nederland, en dan heeft ze een verblijfsvergunning nodig die ze niet kan krijgen. Wederom onvolledige, en dus onjuiste, informatie. De banen in Duitsland gaan niet door.
Een paar jaar later hoort ze van mij en neemt contact op. Er waren wel degelijk andere mogelijkheden, ook toen al. Ook hier komt het uiteindelijk goed, maar veel te laat.
Marion: altijd alleen Nederlander, toch vast zonder paspoort
Marion is ook geboren en getogen in Nederland. Ze is wat ouder en gaat na een succesvolle carrière met vervroegd pensioen in Spanje wonen. Dat bevalt haar goed. Ze volgt een vriendin naar Costa Rica, en daar bevalt het haar nog beter.
Na zo’n acht jaar in Costa Rica wordt ze ziek en kan ze haar paspoort niet zelfstandig vernieuwen. Ze vraagt de ambassade om hulp, om een bezoek van een consul, maar die komt er niet. Financiële hulp heeft ze niet nodig; alleen haar paspoort, vanuit het ziekenhuisbed. Zonder geldig paspoort kan ze ook haar verblijfsvergunning niet verlengen, en die verloopt.
Als het wat beter gaat, gaat ze zelf naar de ambassade. Omdat ze geen verblijfsvergunning meer heeft, wordt haar gevraagd te bewijzen dat ze nog Nederlander is, dat ze in de tussentijd geen Costa Ricaanse is geworden. Ze moet een verklaring van de Costa Ricaanse overheid overleggen dat ze niet Costa Ricaans is. Die kan ze nergens krijgen zonder geldig paspoort. Bij het hoofdkantoor van de immigratiedienst krijgt ze een waarschuwing dat ze gearresteerd kan worden. Ze vraagt opnieuw een paspoort aan en wordt opnieuw aan de balie geweigerd. Ze krijgt niet eens de kans om formeel een aanvraag in te dienen en te betalen. Ze wordt weer naar de plaatselijke autoriteiten verwezen.
Dit keer wordt ze inderdaad gearresteerd en vastgehouden. De ambassade wordt ingelicht en zegt niets te kunnen doen: eerst moet ze bewijzen dat ze geen Costa Ricaanse is en nog Nederlander. De autoriteiten in Costa Rica zien het probleem wel en laten haar voorwaardelijk vrij. Ze schrijft brieven en zoekt overal hulp. Ze wordt opnieuw ziek, en dit keer kan ze ook niet meer bij haar geld: zonder geldig identiteitsbewijs krijgt ze geen nieuwe bankpas.
Uiteindelijk hoort ze van ons. We maken kabaal, en na zes jaar en veel extra grijze haren krijgt ze haar paspoort. Ze is altijd alleen maar Nederlander geweest. Maar trots op Nederland is ze vandaag niet meer. Door de periode zonder verblijfsvergunning is de Costa Ricaanse nationaliteit voor haar ook niet in zicht. Met argwaan leeft ze verder.
Bregje: valt buiten de boot
Bregje is in Nederland geboren, en ook wel getogen, maar misschien toch niet!? De twee Nederlandse ouders wonen in Baarle-Nassau, dus in Nederland, wanneer Bregje geboren wordt. Maar op tweejarige leeftijd verhuizen ze naar een huis op de hoek van de straat. Dit huis ligt in Baarle-Hertog, en dat is weer onderdeel van België. Baarle is het meest complexe enclavedorp ter wereld, waar de grens tussen Nederland en België letterlijk kriskras door straten, winkels en woonhuizen loopt. De gezinsleden zijn nu dus Nederlanders die alle drie in Nederland zijn geboren en nu een paar huizen verder in het buitenland wonen. Vader heeft zijn eigen bedrijf in Baarle-Nassau en in de loop der jaren groeit dat goed. Bregje gaat de eerste paar kleuterjaren naar een school in Baarle-Hertog en stroomt door naar het basisonderwijs etc. Als teenager gaat ze nog een paar jaar naar de havo in Baarle-Nassau.
Maar dan besluiten haar ouders dat Baarle niet zuidelijk genoeg is. Het bedrijf van haar vader is nu groot genoeg dat ze als familie kunnen gaan en staan waar ze willen. Ze verhuizen met het gezin naar Australië. Bregje met de typische tegenzin van een teenager die liever in Nederland had willen blijven. Bregje schakelt over en behaalt in Australië haar bachelor degree. De ouders doen het wat minder en scheiden. De moeder keert naar Nederland terug. Bregje wil ook terug, maar ze is net aan haar master begonnen en wil die afmaken.
Bregje is inmiddels volwassen, en terwijl ze haar master afmaakt, verhuist haar vader naar Spanje: dichter bij zijn bedrijf in Nederland, en toch ook een mooi land. Bregje maakt haar master af. Inmiddels heeft ze al een jaar of acht in Australië gewoond. Ze heeft daar ook een vriendenkring en een leven opgebouwd en dus bindingen met zowel Nederland als Australië. Werk in Nederland is niet zo makkelijk voor haar vanwege haar studierichting en haar gebrek aan werkervaring. Ze besluit een jaar werkervaring op te doen. In Australië vindt ze ook geen werk. Daar zijn de werkgevers minder geïnteresseerd in iemand met een verblijfsvergunning. Men heeft liever Australiërs. Ze ervaart een mate van discriminatie, en dat wordt duidelijk.
Ze kan Australiër worden. Vanwege de werkproblematiek, en om later makkelijk terug te kunnen komen, wordt ze Australiër. Omdat ze net niet aan een van de uitzonderingen voldoet, verliest ze haar Nederlandse nationaliteit. Ze weet dat niet, en de overheid weet het ook niet. De rest gaat goed: ze vindt uiteindelijk het werk dat ze wilde, doet haar jaarcontract, verkoopt haar appartement en verhuist naar Nederland.
Ze stopt eerst nog een maandje in Spanje om haar vader te bezoeken, die daar met kanker kampt. Daar ontmoet ze een Nederlander die haar trotse verhaal aanhoort en droog opmerkt dat ze misschien niet meer Nederlander is. Bezorgd gaat ze op zoek naar informatie. De ambassade in Spanje zegt dat ze het consulaat in Sydney moet aanschrijven. Sydney zegt dat verlies mogelijk is, maar er niks over kan zeggen zolang ze daar geen paspoort komt aanvragen. Ze zoekt verder en komt bij ons terecht. Helaas, ja, ze is niet meer Nederlander.
We hebben wat oplossingen in gedachten. Ze wil toch naar Nederland verhuizen; dan vraagt ze als voormalig Nederlander een verblijfsvergunning aan, en dan mag ze ook werken. Met haar discriminatie-ervaring in Australië is ze natuurlijk aarzelend. Maar het is voor haar doel de beste route. Maar ze is nu in Spanje op haar Nederlandse paspoort, dat niet meer geldig is, ondanks de geprinte geldigheidsdatum. We hebben daar ook een oplossing voor, een beetje creatief, maar wettelijk correct. Meer wil ik er nu niet over zeggen.
We vragen de verblijfsvergunning aan, maar let op: deze wordt afgewezen. De reden: de Nederlandse immigratiewetgeving kent hier twee soorten mensen. Degenen die in Nederland zijn geboren en getogen, en degenen die buiten Nederland zijn geboren en getogen. Bregje behoort tot geen van beide en valt buiten de boot. Bij de aanvraag hadden we dit al aangekaart en oplossingen aangeboden met bewijsstukken. Maar de beslismedewerker wil niet meedenken, en dus moeten we in bezwaar. In bezwaar geven we nog wat meer bewijsstukken. Een van de punten is dat degenen die buiten Nederland zijn geboren en getogen, moeten aantonen dat ze meer dan gebruikelijke banden met Nederland hebben. Bregjes vader wil dat zij helpt in het bedrijf, en ze krijgt een leidende functie. We bewijzen zijn kanker, de baan, en de uitleg dat dit een familiebedrijf is met tientallen personeelsleden die afhankelijk zijn van dagelijkse leiding: Bregje. Bregjes moeder kampt al een paar jaar met psychische klachten vanwege de scheiding en het missen van haar dochter. Bregje hoort dit voor het eerst wanneer haar moeder door het nieuws van de afwijzing in een dal komt. Dus kunnen we dit ook bewijzen: een noodzaak om haar moeder bij te staan.
Uiteindelijk krijgen we een simpel antwoord: ja, het bezwaar is gegrond. Geen uitleg over wat nu wel en niet acceptabel was, maar goed: Bregje mag naar Nederland. Ze heeft recentelijk haar Nederlandse nationaliteit teruggekregen door een vrij simpele optieprocedure en mag nu ook haar Australische nationaliteit alsnog behouden. In totaal leefden Bregje en haar familie zo’n achttien maanden in onzekerheid en dat is nu gelukkig voorbij.
De kinderen
Sommige van deze dames hadden kinderen, die als minderjarigen in het verlies deelden. Sommige van die kinderen zijn in Nederland geboren, andere niet. Een van hen zei onlangs: ‘Ik wou dat ik in Nederland was geboren, dan was ik nu nog een volle Nederlander en kon ik naar oma.’ Dat klopt helaas niet, maar het gaat hier om het gevoel. Ook kinderen worden op jonge leeftijd geraakt door dit verlies. Families raken verscheurd, mensen worden verbannen uit het land waar ze zich thuis voelen.
Wat denkt een dame ervan?
Bij het proeflezen kwam deze reactie van een van de betrokkenen, en die is tekenend:
“Wat een hartverscheurende verhalen. Het is voor mij op dit moment even lastig, maar ik weet dat ik naar verhouding niet mag klagen. Ik heb een geprivilegieerde positie, dat ik überhaupt een verblijfsvergunning in Nederland kan aanvragen. Dat neemt niet weg dat de bureaucratie en arrogantie van Nederland verschrikkelijk zijn, en de oplossing is er helaas voor mij nog niet. Ik hoop dat men met wat begrip snel een goede beslissing neemt, maar de eerste tekenen zijn niet goed. Ik hoop dat de initiatiefwet voor oud-Nederlanders er ooit eens door gaat komen, zodat anderen niet in hetzelfde schuitje terechtkomen.”
Opinies over de IND
De lezer kan nu denken: de IND is een organisatie vol gruwelijke mensen. Dat is onjuist. De IND heeft voldoende goede mensen die meeleven en meedenken, die oplossingen aandragen en die begaan zijn met hun medemensen. Natuurlijk zijn er ook die fouten maken, of die inderdaad kwalijke bedoelingen hebben. Maar over het algemeen zijn het goede mensen. Ze werken echter met de middelen die ze krijgen, en kennis is daar een van. Uit de IND zelf hoor ik dat de laatste jaren veel ervaren mensen zijn opgestapt. Nieuwe medewerkers missen ervaring en kennis. Daarbij komen de budgetten en de druk om meer met minder te doen. We willen het allemaal goed doen, maar zulke druk is een gevaar voor de nauwkeurigheid en meer. Ook de wet- en regelgeving en de uitleg daarvan in circulaires en beleid laten soms te wensen over. Onduidelijke wetgeving die verwijst naar “al het mogelijke” of “evenredigheid”, laat ruimte voor invulling door degenen die beleid en instructies schrijven, of door de uiteindelijke beslissingsmedewerker. Dit is dan ook geen klacht over de medewerkers van de IND, maar een alarmbel voor de samenleving, de leiding en de politiek. Kom met betere, en een moderne, wetgeving.
Ik schrijf meer over een betere wetgeving in mijn recent gepubliceerde boekje “Van Rechtswege Verloren”
Dit bericht geeft de stand van zaken op 30 oktober 2026. Wet en praktijk kunnen sindsdien zijn veranderd.
